Die blik in de ogen - Reisverslag

Dit is een project van Adventsactie

Die blik in de ogen - Reisverslag

Een bezoek aan Rwanda door Beate Gloudemans

Het is juni 2016. Ik vlieg met Hilde, Mirjam en Johannes (verbonden aan Fidesco) naar Kigali, de hoofdstad van Rwanda, om kennis te maken met de mensen van Centrum Cyprien en Daphrose. Dit is een project voor straatkinderen dat Vastenactie nu voor het tweede jaar steunt. Het Centrum richt zich op de opvang van straatkinderen en heeft als doel ze een toekomst te geven en in harmonie te laten terugkeren in hun gezin of onder te brengen bij een adoptiegezin.

Land van duizend heuvelen

Rwanda is een opvallend klein Afrikaans land. Met ongeveer 11 miljoen inwoners, waarvan 90 procent Christen is, en een oppervlak van 26.000 vierkante meter, is het kleiner dan Nederland. De temperatuur is het hele jaar stabiel, gemiddeld tussen de 20 en 25 graden. Het landschap is schitterend met veel groen. Rwanda wordt ook wel ‘Het land van de duizend heuvelen’ genoemd.

Solomon en Emmanuel

Een bijzondere ontmoeting: Solomon en Emmanuel

Jarenlang heeft Rwanda geleden onder de strijd tussen de Hutu’s en Tutsi’s. Veel kinderen verloren hun ouders en kwamen op straat terecht. Solomon was een van de eerste jongens die in 1995 in het Centrum werd opgevangen. Ik mag hem bezoeken in zijn huis. Hij vertelt trots dat hij het ‘met eigen handen gemaakt heeft’. Solomon zit met een stralende glimlach te midden van zijn al even stralende gezin. Naast hem zijn zoon Emmanuel. Ook hij leefde enkele jaren geleden nog op straat, met zijn vader. Maar door de steun van Centrum Cyprien, Daphrose en Adventsactie kan ook Emmanuel opgroeien in de liefdevolle aanwezigheid van een vader en moeder.

Nog steeds kinderen op straat

Straatjongere

Er zijn nog steeds veel straatkinderen in Rwanda. Hoewel er geen oorlog meer is, zijn de effecten ervan nog steeds voelbaar. Veel gezinnen zijn uiteengevallen. Kinderen hebben te maken met geweld, verwaarlozing, honger en pure armoede. De enige uitweg die ze nog zien is de straat. Maar vandaar is er vaak geen weg meer terug. Joseph Bitage,
de huidige directeur van het Centrum, neemt ons mee naar het busstation van Kigali. Hier krioelt het van de kinderen die volledig op zichzelf aangewezen zijn. Soms zijn ze nog maar vier jaar. De jongens overleven hier door elke dag 10 Rwandese franc te bemachtigen, waarmee ze een soort schijnbescherming krijgen van de oudere straatjongeren:
ze worden ’s avonds niet afgeranseld.Deze ‘beschermheren’ ‘helpen’ hen ook aan verdovende middelen. In de kleine straatjes rond het busstation zie je ze zitten: jongetjes met flesjes in hun handen waar ze stiekem aan snuiven. Wat een verschil met Solomon en Emmanuel. Ik kan me er niet goed van lostrekken. De rooddoorlopen oogjes stralen wanhoop uit. Toch is er ook hoop. De solidariteit tussen de jongens onderling is groot. Als iemand ziek is helpen de anderen hem door geld voor de dokter bijeen te sprokkelen.

StraatjongerenVragen

Het voelt nogal onnatuurlijk om hier als een groepje rijke westerlingen over straat te lopen en vragen te stellen aan deze straatjongens. Toch gaan we in gesprek. We krijgen vooral vragen. ‘Mag ik alsjeblieft nog een kans krijgen in het Centrum? Ik beloof dit keer goed te zijn.’ Joseph Bitage gaat serieus op de vragen in en belooft uit te zoeken wat hij in elk individueel geval kan doen. Met een knoop in mijn maag stap ik weer in de auto. Wie van deze jongens komt hier nog uit? Doen we wel genoeg? Kunnen we er meer helpen? Rationeel gezien begrijp ik dat het onmogelijk is om alle jongens op te nemen in het Centrum. Maar de wetenschap dat de zestienjarige jongen die zojuist nog zo hoopvol was, waarschijnlijk geen kans maakt om te komen omdat hij te oud is, geeft me een rotgevoel.

Pure overgaveJoseph en Caritas Bitage

Tegelijkertijd voel ik een enorme bewondering voor Joseph Bitage en zijn vrouw Caritas. Ze hebben er hun levenswerk van gemaakt om deze jongens te helpen. Joseph is eigenlijk bouwkundig ingenieur. Hij had, zoals hij het zelf uitdrukt ‘niet direct zijn eerste talenten liggen’ om als directeur dit Centrum voor straatkinderen te runnen. Maar toen hij en zijn vrouw Caritas gevraagd werden dit te doen, hebben zij alles opgegeven. Ze zijn volledig toegewijd aan het Centrum, een voorbeeld van pure overgave.

Spelende kids

Centrum Cyprien en Daphrose

Het Centrum Cyprien en Daphrose biedt kinderen opvang, scholing, sport, spel en persoonlijke begeleiding in een warme, familiaire, gemeenschap. Hier kunnen de kinderen, na jaren soms, weer ervaren hoe het is om kind te zijn. De methode waarmee het Centrum werkt is gebaseerd op de vrije wil. Elk straatkind moet volledig vrijwillig naar het Centrum komen en niemand dwingt hem hier te blijven. Wel wordt een duidelijk beroep gedaan op de kinderen om zich verantwoordelijk te gedragen en zich aan de leefregels van het Centrum te houden. Ze kunnen een enkele keer over de schreef gaan (denk aan diefstal of drugsgebruik tijdens een afkickperiode), maar na drie waarschuwingen moet je het Centrum verlaten.

Hoop

Priester

Wat mij steeds opnieuw raakt tijdens ons bezoek zijn de ontmoetingen met de mensen die bij het Centrum betrokken zijn en de blik van liefde en hoop in hun ogen. Ze wijden hun leven met volledige overgave aan het helpen van de kinderen. Met een grenzeloos, bijna onmenselijk groot vertrouwen en geloof.
Bij mijn eerste ontmoeting met Father Antoine kan ik niet anders dan denken: dit is een échte. Een wijze, dienende en biddende man met liefde en aandacht voor iedereen die hij ontmoet. Hij is als Priester verbonden aan de geloofsgemeenschap die op het terrein van het Centrum voor straatkinderen is gevestigd. Elke dag wordt er ‘s avonds een Mis opgedragen. Daar gaan ook veel jongens van het Centrum naartoe. Zodra de Mis ten einde is en Father Antoine op weg gaat naar de uitgang, zie je de kinderen op hem af vliegen omdat ze graag persoonlijk de zegen willen ontvangen.
Elke dag wordt er even gevoetbald. En wat schetst mijn verbazing. Vrijwel onherkenbaar in zijn feloranje T-shirt is daar weer Father Antoine. Na afloop van de wedstrijd zegt hij: ‘Dit is het meest wezenlijke moment van mijn werk. Door zo tijd met de jongens door te brengen komen ze langzaam los en durven ze de last die ze op hun schouder dragen écht te delen.’

Straatjongeren

Welkom nieuwe leiders van Rwanda!

Op de tweede dag van ons bezoek worden er nieuwe jongens verwelkomd in het Centrum. Een van de begeleiders zegt tegen mij: ‘Dit worden de nieuwe leiders van Rwanda!’ Dat is niet bepaald wat mij in gedachten komt bij de rij jonge jongens die me met een kat-uit-de-boom blik zitten aan te kijken. ‘Weet je,’ gaat de begeleider verder, ‘dit zijn kinderen die op zeer jonge leeftijd het lef hebben uit hun llendige bestaan te breken. Ze besloten dat het zo niet meer verder kon, verlieten hun opvanghuis of thuissituatie en namen hun leven in eigen hand. Deze kwaliteiten zijn goud waard! Veel kinderen die het programma van het Centrum succesvol doorlopen, komen later op zeer goede posities in de maatschappij terecht.’ Ineens bekijk ik de jongens met andere ogen.

Levensverhaal

intake

De straatjongens weten dondersgoed dat het Centrum in principe alleen tijdelijke opvang verleent en dat het uiteindelijke doel is de kinderen te herenigen met familieleden of hen onder te brengen bij een adoptiegezin. Dat zien de jongens, die huis en haard natuurlijk niet voor niets verlaten hebben, op zijn zachtst gezegd niet zo zitten. Maar ja, hoe ontkom je daaraan? Gewiekst als straatjongens zijn, hebben ze daar iets op gevonden.

Alle kinderen worden op de dag van aankomst geïnterviewd: ‘Wie ben je? Waar kom je vandaan? Wat is je levensverhaal?’
Bij deze gesprekken worden veel tranen vergoten en komen afschuwelijke levensverhalen op tafel. Joseph Bitage legt uit dat de verhalen hoewel schokkend, vooral het product zijn van creativiteit en fantasie. Zo houdt Thierry van zes bij hoog en bij laag vol dat hij toch echt twaalf jaar oud is; een andere jongen beweert uit het noorden van Rwanda te komen, terwijl later blijkt dat hij helemaal in het zuiden heeft gewoond. Allemaal leugentjes om te voorkomen dat de hun families succesvol getraceerd worden. Een van de begeleidsters geeft aan: ‘De waarheid komt vaak pas na enkele maanden beetje bij beetje aan het licht, zodra de kinderen zich meer thuis en geborgen voelen.’

Blik in de ogen

Terugkijkend op mijn bezoek aan Rwanda denk ik vooral aan de kinderen. Het verschil in de blikken van de kinderen uit het Centrum, met die van de straatjongens. De kinderen van de straat straalden vijandelijkheid uit, terwijl de kinderen die al enige maanden in het Centrum leefden rustig en met vertrouwen de wereld in keken. Dát is dus wat liefde en geborgenheid met je doet.